De limaboon (Phaseolus lunatus) wordt ook wel butter bean, sieva bean of simpelweg lima genoemd. Het is een peulvrucht met een geschiedenis die teruggaat tot de hooglanden van Peru. De limaboon begon als een gewas dat cruciaal was voor precolumbiaanse landbouwsystemen. De limaboon is biologisch uniek binnen het bonengeslacht en cultureel verweven met de Andesbeschavingen die haar duizenden jaren geleden selecteerden en cultiveerden.
De limaboon werd allereerst in de Andes gedomesticeerd. Archeologische vondsten tonen dat de boon al rond 2,000 vChr werd verbouwd in Peru, waar ze gedijde in hooggelegen valleien met koele nachten en intense zonuren. Daar wordt hij tegenwoordig nog steeds pallar genoemd, een woord dat afstamt van de oude taal der Inca's, het Quechua, waar pállay zoiets betekende als 'oogsten' of '(iets) van de grond pakken'.
De Andes vormde een veeleisende omgeving met zijn steile terrassen, beperkte hoeveelheid vruchtbare grond en grote temperatuurverschillen. De limaboon ontwikkelde zich tot een gewas dat precies bij deze omstandigheden paste. Ze werd een stabiele bron van eiwitten en koolhydraten voor culturen zoals de Moche, de Nazca en later de Inca’s.
De limaboon dankt haar naam aan de Peruaanse hoofdstad Lima, van waaruit Spaanse handelaren de boon naar Europa en later naar Afrika en Azië exporteerden. In de 16e en 17e eeuw werd de boon een belangrijk handelsproduct dat zich snel verspreidde langs diverse koloniale routes.
In Europa werd de limaboon aanvankelijk gezien als een exotische variant van de gewone boon, maar haar romige textuur en hoge voedingswaarde maakten haar al snel geliefd in mediterrane en (later) Noord‑Europese keukens. In de Verenigde Staten kreeg ze de naam butter bean, een verwijzing naar de boterzachte consistentie na het koken.
Die romige textuur van de limaboon ontstaat door een hoog gehalte aan amylopectine en een relatief lage hoeveelheid celwandvezels, waardoor de boon zacht wordt zonder te korrelig te worden. De bonen zijn breed, plat en vaak ivoorkleurig, al bestaan er ook rood‑gevlekte en paars‑gestreepte varianten.
Van de limaboon bestaan twee verschillende domesticatielijnen: [1] het Andes‑type ofwel de grote limaboon met grote, platte zaden; koelteminnend; langere groeicyclus. Dit is de klassieke limaboon zoals die in Europa en Noord‑Amerika bekend is en [2] het Meso‑Amerikaans type ofwel de kleine limaboon of sieva bean met kleinere zaden; warmteminnend; kortere groeicyclus. Deze variant verspreidde zich later via Midden‑Amerika en werd populair in warmere klimaten. Deze dubbele domesticatie maakt de limaboon uniek binnen het bonengeslacht

Geen opmerkingen:
Een reactie posten